0
Mijn winkelwagen

Je winkelwagentje is leeg.

Hondentraining basisprincipes: zo train je je hond veilig en effectief

Met training is het de bedoeling dat je je hond beter, sterker en weerbaarder maakt voor datgene wat je van hem vraagt.

Door de belasting te verhogen, verbeter je de belastbaarheid van de hond. Maar wanneer ben je aan het trainen en wanneer geef je de hond beweging? Hieronder leggen we de belangrijkste basisprincipes van hondentraining uit.

Wat is het verschil tussen training en beweging bij honden?

Wanneer is iets training?

Tijdens een training voeg je een prikkel toe die je hond nog niet eerder heeft gedaan. Je vraagt hem om de duur, intensiteit, afstand of snelheid te verhogen.

In feite vraag je een grotere inspanning op één specifiek gebied dan bij de vorige training. Bij beginnende honden zijn de stappen klein en bij ervaren honden kunnen de stappen groter zijn.

Wanneer geef je je hond beweging?

Beweging geven is iets doen wat je hond al eerder heeft gedaan. Dit is ideaal op rustige dagen waarop je wel actief wilt zijn, maar zonder zware belasting.

Denk hierbij aan wandelen of rustig fietsen.

Belangrijk: één trainingsprikkel tegelijk

Let op: tijdens een training vraag je maar één nieuwe prikkel van je hond. Je verhoogt dus niet tegelijk de duur én de intensiteit. Doe je dit wel, dan is de kans op overtraining groot en dat wil je voorkomen.


Supercompensatie in hondentraining

Tijdens de training van je hond krijg je te maken met het fenomeen supercompensatie.

Supercompensatie betekent dat het lichaam zich na een trainingsprikkel herstelt en uiteindelijk sterker wordt dan het oorspronkelijke niveau. Het lichaam past zich aan aan de belasting, dit noemen we adaptatie.

Hoe werkt supercompensatie?

Wanneer je een trainingsprikkel geeft en de spieren worden moe, ontstaan er kleine beschadigingen in het lichaam van je hond. Deze microbeschadigingen zijn niet erg, maar juist nodig om sterker te worden.

In de grafiek wordt dit zichtbaar als een daling na de training. Dit is het moment waarop je hond vermoeid is.

Herstel en opbouw

Het laagste punt in de grafiek staat voor het eindpunt van de training. Daarna zie je dat tijdens de rust- en herstelperiode het lichaam zich weer opbouwt en de lijn omhoog gaat.

Wanneer deze lijn boven het oorspronkelijke niveau uitkomt, spreek je van supercompensatie. Dit is het moment waarop je hond sterker is geworden dan voor de training.

Dat is ook het juiste moment om opnieuw hetzelfde type training te doen waarbij dezelfde spiergroepen worden aangesproken.

Tussen twee trainingen moet minimaal 72 uur hersteltijd zitten. Dit is nodig om microbeschadigingen te herstellen en energie weer op peil te brengen.

Rust betekent niet dat je hond niets doet. Je kunt juist rustige oefeningen doen waarbij andere spiergroepen worden gebruikt.

Wat gebeurt er bij verkeerde timing?

Ga je te vroeg opnieuw dezelfde spiergroepen trainen, dan herstelt het lichaam niet goed en wordt je hond juist minder sterk. Het lichaam heeft dan meer tijd nodig om te herstellen.

Wacht je te lang, dan zakt het lichaam weer terug naar het oude niveau en heeft de training minder effect gehad.

Hersteltijd bij hondentraining

Je kunt globaal de volgende richtlijnen aanhouden:

0 tot 24 uur: geen herstel
48 tot 72 uur: supercompensatie
5 dagen of meer: geen verbetering van het oude trainingsniveau

Let op: dit zijn gemiddelden. Bij zware training heeft je hond meer hersteltijd nodig.

Samenvatting: veilig en effectief trainen met je hond

Dit waren de belangrijkste basisprincipes van hondentraining. Door slim te trainen, voldoende rust te geven en goed te observeren, zorg je ervoor dat je hond sterker, fitter en gezonder wordt.